| Vloertegels - Hoe worden tegels bewerkt? |
|
|
| |
|
|
GEZOET (matglans) |
 |
GEPOLIJST (hoogglans) |
| Zoeten is de laatste fase van het schuurproces en geeft een matglans. Afhankelijk van de schuurschijf zijn er verschillende gradaties in glans mogelijk. Een geringe glans wordt 'licht gezoet' genoemd, een matglans 'gezoet' en een bijna hoogglans 'donker gezoet'. |
|
Na het zoeten kan met een polijstschijf of een polijstvilt (met polijstpoeder of -pasta) hoogglans worden aangebracht. De glansgraad wordt niet door schuren verhoogd: een polijstschijf is vaak zachter dan de steen. |
| |
 |
 |
| GETROMMELD |
 |
GEVLAMD |
Oud gemaakt (antico, getrommeld, enz.)
Natuursteen wordt na tientallen jaren mooi oud. Dit effect kan ook bij nieuwe toepassingen op een mooie manier worden nagebootst. Dat wordt vooral bij marmers en kalkstenen gedaan, maar kan ook bij andere steensoorten. Er zijn verschillende bewerkingen:
Door een zuur op het oppervlak te laten inwerken. Dit kan alleen bij kalkhoudende steensoorten. Het zuur vreet eerst de meest poreuze delen aan, waardoor insluitingen en aders worden benadrukt.
Door de tegels te 'trommelen'. In een draaiende trommel buitelen de tegels over elkaar, met een versnelde slijtage tot gevolg. Hierbij slijten de tegelranden rond af. Naast 'oud gemaakt' worden tegels met deze bewerking ook wel genoemd: antiek gemaakt of getrommeld. |
|
Vlammen geeft een gevarieerd natuurlijk breukoppervlak. De steen wordt met hete vlam verhit en dan snel afgekoeld met water. Daardoor springen er deeltjes weg van het steenoppervlak. Het uiterlijk van het breukoppervlak is afhankelijk van de steensoort en werkwijze bij het vlammen. Het heeft veel overeenkomsten met het splijtoppervlak van leisteen of kwartsiet. |
| |
|
|
| RUW GEMAAKT (gestraald) |
 |
GEFRIJND |
| Gestraald
Door het stralen ontstaat een schuurpapierachtig uiterlijk. Het oppervlak wordt door mineralen (bijvoorbeeld olivijn) met een hoge snelheid 'gebombardeerd'. Metalen deeltjes wordt ontraden: er kunnen dan ijzerdeeltjes in het oppervlak van de steen blijven zitten, die later gaan roesten en verkleuringen veroorzaken. |
|
Frijnen geeft een beeld van rechte evenwijdige lijnen. Bij frijnen met de hand wordt de steen met hamer en beitel behakt. Bij machinaal frijnen wordt het oppervlak gefreesd, wat een minder levendig geeft dan bij handmatig frijnen. Er bestaan vele bewerkingen die van frijnen zijn afgeleid, ieder met een eigen uiterlijk. |
| |
|
|
| GEBOUCHARDEERD (geprikt) |
 |
GEVLAMD (gebrand) |
| Boucharderen geeft een beeld van dicht op elkaar geplaatste putjes. Bij handmatige bewerking wordt de steen met hamer en beitel behakt. Bij machinale bewerking worden metalen punten in het oppervlak gedrukt of geslagen. Er zijn verschillende gradaties mogelijk met een fijn tot grof behakt uiterlijk. Er bestaan vele bewerkingen die van boucharderen zijn afgeleid, ieder met een eigen uiterlijk |
|
Vlammen geeft een gevarieerd natuurlijk breukoppervlak. De steen wordt met hete vlam verhit en dan snel afgekoeld met water. Daardoor springen er deeltjes weg van het steenoppervlak. Het uiterlijk van het breukoppervlak is afhankelijk van de steensoort en werkwijze bij het vlammen. Het heeft veel overeenkomsten met het splijtoppervlak van leisteen of kwartsiet. |
| |
|
|